|
Toespraak door Prof. Dr. Guy T’Sjoen, bij de ontvangst van de Prijs Prof. De Coninck, 22 April 2012, Kunstplatform Zebrastraat, Gent Geachte familie van professor De Coninck, dames en heren. Toen ik in 1999 voor de specialiteit endocrinologie koos was dit omwille van een fascinatie voor hypofysepathologie. Als student had ik de lessen endocrinologie bijgewoond, waar ik voor het eerst in contact kwam met ziektebeelden als acromegalie, en Cushing syndroom, ziektebeelden met manifest uiterlijke veranderingen, en dit valt niet uit te leggen maar onmiddelijk wist ik dat dit het vakgebied zou zijn waar ik me verder zou in specialiseren. Op een dinsdagnamiddag in het jaar 2000, in functie als nieuwe assistent endocrinologie, deed ik consultaties met mijn supervisor, Professor Robert Rubens. Ik luister als groentje gefascineerd naar het verhaal van een transseksuele dame, de eerste die ik ontmoette. Een verhaal van een diepgeworteld ontevreden zijn met de uiterlijke kenmerken van het mannelijke geslacht waarmee ze geboren was, wat niet paste met haar genderidentiteit. Genderidentiteit is de mate waarin je je vrouw, man, allebei of geen van beiden voelt. Voor de meeste mensen loopt de genderidentiteit gelijk met de biologische sekse, maar dat geldt niet voor iedereen. Ze had een niet te weerstane drang om het lichaam in overeenstemming te brengen met deze vrouwelijke identiteit. Ik hoorde vooral een verhaal van een moedige dame die een lastige weg had afgelegd, een avontuur dat ze was aangegaan naar het onbekende: familie, sociale en werk omgeving informeren, met tegenkantingen omgaan, een nieuwe naam kiezen, leren om zo goed mogelijk de vrouwelijke genderrol op te nemen, pijnlijke laserepilaties en genitale chirurgie ondergaan, ontdekken van een nieuwe seksualiteit. |